POST

 

We krijgen steeds minder post. Een heel verschil met de tijd dat er nog geen internet was en een wereld van verschil met de tijd toen er zelfs nog geen telefoon was. Een brief was de enige manier voor zakelijk verkeer en familieberichten.

En dat ging in enorme hoeveelheden: in grote plaatsen was het in het jaar 1900 niet ongewoon dat er vijf buslichtingen en postbestellingen per dag waren. Van het rode 5-cents postzegeltje van Koningin Wilhelmina werden er in totaal 1887 miljoen stuks verkocht, terwijl er toen maar 5 miljoen Nederlanders leefden.

 

Dat was 50 jaar daarvoor nog heel anders, maar rond 1850 ging het zo goed met de economie dat het "postwezen" flink moest worden gereorganiseerd. In 1852 verschenen de eersteĀ  Nederlandse postzegels en daaraan voorafgaand werd er een hoop geregeld. Op 7 januari 1851 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant deze aankondiging:

 

 

De "Directeur voorn." heeft het over het inwerpen van "ongefrankeerde brieven" bij bestelhuishouders. Dat kon toen niet anders, want voordat er postzegels waren, moest de ontvanger betalen voor zijn post.

Ananias kreeg in 1852 toestemming om ook in Roderwolde een bus te plaatsen, die hij drie maal per week leegde. Dat leverde hem een mooie vergoeding op.

 

Postbodes waren er 170 jaar geleden al wel, maar het was niet altijd een benijdenswaardige baan. De postroutes moesten namelijk worden gelopen, heen en terug van Roden naar Assen!

Met het toenemen van het postverkeer kreeg Roderwolde vanaf september 1911 twee maal per dag een postbezorging:

 

 

Deze bode zal niemand zich meer herinneren, maar zijn zoon hebben veel lezers wel gekend: "Zwarte Rieks", een bekende postbode in Roden.

WvdV